Archieven

Zoveel water zo dicht bij huis

Mijn man zit met smaak te eten, maar zo te zien is hij moe, gespannen. Hij kauwt langzaam, met zijn armen op tafel, en staart naar iets aan de andere kant van de kamer. Hij kijkt mij aan en kijkt weer weg, veegt zijn mond af aan het servet. Hij haalt zijn schouders op, eet verder. Er is iets tussen ons gekomen, al zou hij graag geloven van niet.

‘Wat kijk je naar me?’ vraagt hij.

Lees verder…

Iemands kind

Linda wikkelde haar boreling Beatrice in een botergele deken, gebreid door de vrouwen in de buurt, en ging naast haar man in de auto zitten. Ze reden van het ziekenhuis naar huis en glimlachten naar de baby en naar elkaar. Ze reden hun straat in en keken glimlachend naar hun huis, dat ze hadden opgeknapt en in een kleur hadden geschilderd die volgens hen veel verschil zou maken, als het erom ging een gezin te stichten. En toen vervlogen hun glimlachjes

De Stilte

Wat een libelle hier in de woestijn deed, was hem een raadsel. Het was een waterschepsel, een trage, in taaislijm gehulde larve, die zich had ontpopt tot een elektrische naald van licht, gemaakt om over plassen en sloten te scheren en te dansen en zich zo te voeden met de insecten die van het oppervlak opstegen in donzige, mistige nevels. Maar daar was hij, zo rood als bloed, als bloed kan glanzen als metaal, en hij bleef voor zijn gezicht zweven alsof hij een boodschap wilde overbrengen. En wat zou die boodschap zijn?

Een abc voor de interpunctie van hartkwalen

Het ‘stilteteken’ verwijst naar een afwezigheid van taal en er staat er minstens één op iedere bladzijde van het boek van ons familieleven. Met name in de gesprekken die ik met mijn oma voer over haar leven in Europa tijdens de oorlog, en in gesprekken met mijn vader over de geschiedenis van hartkwalen in onze familie – de teller staat nu op eenenveertig hartaanvallen en tikt door – is het stilteteken het hoofdbestanddeel van de familiale interpunctie. Zie het gebruik van stilte in de volgende korte dialoog…

Casper

Ik noem hem Casper omdat ik hem zo noemde in twee eerdere verhalen, net zoals ik een ander vriendje van vroeger Lester noemde in de door hem geïnspireerde stukken. Maar allebei waren ze veel meer voor me dan alleen maar vrienden – het woord dekt niet eens een fractie van wat wij hadden: een verwantschap van de ziel, van de geest, van een koppige en vernikkelde ontevredenheid over de maatschappij en hoe de dingen nou eenmaal zijn, van een gedeelde goesting voor de natuur en een verlangen naar de wildernis…